Leren lezen gaat niet slechts om het technische aspect ‘het decoderen’, maar vooral ook om het begrijpen van dat wat er gelezen is. Na het werken op klankherkenning en het aanleren van letters en korte woordjes, wordt de stap gezet naar vloeiend lezen met -naast woorden- ook zinnen en verhalen. De zinnen en verhalen zijn geschreven met de woorden die de leerling geleerd heeft bij eerdere lessen. Het gaat dan niet alleen om het begrijpend lezen, maar ook het lezen van woorden in context waarbij ook zaken als leestekens en intonatie een rol gaan spelen.
In Bouw! Start zijn de zinnenlessen eenvoudig: de leerling luistert naar een woord en kiest het juiste uit drie sterk op elkaar lijkende opties (minimal pairs). Dat woord wordt daarna in een zin gebruikt.
In Bouw! Verder bouwt de leerling zelf zinnen met het beluisterde woord, wat lezen in context en decoderen combineert.
De verhaallessen bestaan uit drie vormen:
- Stripverhalen (Bouw! Start): lezen van korte zinnen met beelden en adaptieve vragen die tekstbegrip en woordenschat stimuleren.
- Invulverhalen: leerlingen kiezen woorden om zinnen aan te vullen, wat motivatie en eigenaarschap vergroot.
- Toneellezen (Bouw! Verder): leerling en tutor lezen afwisselend, met aandacht voor context, intonatie en leestekens.