Het eerste internationale OESO‑onderzoek naar kleuters ‘IELS’ (International Early Learning and Child Well-being Study) -afgenomen bij 23.000 vijfjarigen verspreid over 8 landen - toont aan dat de 2.400 Vlaamse kleuters die de test aflegden zwakker scoren op vroege taal- en rekenvaardigheden dan hun leeftijdsgenoten in onder meer Engeland en Nederland.
Terwijl het belangrijk is op te merken dat dit onderzoek een momentopname van waar kinderen in hun ontwikkeling staan en geen beoordeling is van waar ze zouden moeten staan, valt het op dat vooral begrijpend luisteren, klankbewustzijn, patroonherkenning en abstract rekenen moeilijke domeinen blijken.
Voor vroege taal- en rekenvaardigheid zitten we met een gemiddelde score van 483 onder het internationale gemiddelde:
- Basiswoorden lukken nog voor 90%, maar bij toetsen naar echt begrip valt 75% uit
- Moeite met langere luisterverhalen, te weinig vertrouwd met doordenkvragen die reflectie vragen. Minder dan 50% slaagt in dat laatste.
- Het klankgevoel en omgaan met schooltaalwoorden kan beter: ruim 33% hoort bijv. niet dat ‘t’ de eerst klank is van ‘tip’
- 90% telt feilloos tot 5, maar slechts 37% tot 10. Belangrijke nuance hierbij: dit hoort pas tot de nieuwe minimumdoelen (*)
- 30% kan geen eenvoudig patroon afwerken
Volgens dr. Katrijn Denies (KUL), onderzoekcoördinator voor IELS Vlaanderen, is dat zorgwekkend maar ook genuanceerd te bekijken. IELS toont waar kleuters zich op dat moment bevinden, niet waar ze uiteindelijk moeten uitkomen. Vlaamse kleuters worden in het kleuteronderwijs sterk ondersteund in spelend en inzichtelijk leren, terwijl sommige testonderdelen vaardigheden bevroegen die bij ons pas later expliciet aan bod komen (*). Toch stelt Denies duidelijk dat ook bij kernvaardigheden waaraan wél gewerkt wordt, nog groeimarge bestaat.
Tegelijk toont het onderzoek ook belangrijke sterktes: Vlaamse kleuters blinken uit in sociaal‑emotionele vaardigheden en zijn uitzonderlijk sterk in het herkennen van emoties bij anderen. Ook hun werkgeheugen, concentratie en mentale flexibiliteit zitten op of boven het internationale gemiddelde. Die sterke sociaal‑emotionele vaardigheden en executieve functies vormen krachtige ‘grondstoffen’ voor leren: ze ondersteunen taal- en rekenontwikkeling en tonen dat de leerpotentie bij Vlaamse kleuters duidelijk aanwezig is.
Wat het meest alarmeert, is de ongezien grote sociale kloof. In geen enkel deelnemend land is het verschil tussen kansrijke en kansarme kleuters zo groot als in Vlaanderen. Die achterstand tekent zich al af in de kleuterklas en is later moeilijk nog in te halen. Tegelijk tonen de IELS‑resultaten dat onderwijs hierin slechts één schakel is: ook gezinssituatie, tijd, taalrijke interacties thuis en maatschappelijke ondersteuning spelen een doorslaggevende rol.
Implicaties voor de onderwijspraktijk
Voor onderwijsprofessionals onderstreept dit onderzoek het belang van:
- Ambitieuze doelen stellen voor elke kleuter, ook voor wie het moeilijker heeft. Neem kleuters actief mee in denkuitdagende gesprekken i.p.v. hen weg te houden van complexere leerervaringen.
- Taalrijk en interactief werken, met veel gerichte gesprekken en denkstimulerende vragen
- Bewuste inzet op begrijpend luisteren, langere verhalen en reflectie
- Betekenisvolle rekenervaringen, zoals meten, vergelijken en werken met patronen
- Vroege en gerichte ondersteuning van kwetsbare kinderen, vanaf 2,5 jaar
Conclusie
Een warm, spelend kleuteronderwijs en doelgerichte leerervaringen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Sterker nog: de sleutel ligt in hun integratie. Door taal, beginnende wiskunde, executieve functies en sociaal‑emotioneel leren samen te brengen in rijke leer- en speelsituaties, kunnen onderwijsprofessionals de kloof verkleinen zonder afbreuk te doen aan wat ons kleuteronderwijs sterk maakt.